CDA Nunspeet: gelijke monniken, gelijke kappen

Foto: CDA Nunspeet

De gemeente Nunspeet scoort in de ranglijst leegstand winkel- en bedrijfspanden erg goed. De gemiddelde leegstand op de Noord-Veluwe bedraagt ca. 7 %, Nunspeet scoort met een leegstand van ca. 2,5% prima. Dat resultaat is mede te danken aan een goede samenwerking tussen ondernemers, gemeente en pandeigenaren.

Een ontwikkeling die in toenemende mate steeds vaker voor komt is dat bepaalde bedrijvigheid vertrekt vanuit een (huur)winkel-/bedrijfspand en zich vestigt in de eigen woning en/of in de bijbehorende gebouwen zoals garage en of schuur. Voorbeelden daarvan zijn o.a. kapperszaken, fietsenmakers en webshops.

Vanuit bedrijfseconomisch inzicht is een dergelijke stap goed te begrijpen, de ondernemer behoeft immers geen huur meer op te brengen en dat is in de regel toch een van de grootste kostenposten.

Vanuit het perspectief gelijke ondernemerskansen ontstaat er gelijktijdig wel een scheefstand. De ondernemer, werkzaam in de gelijke branche, die wel een winkel/bedrijfspand huurt, staat qua kosten al meteen met 1-0 achter. Ook ontstaat er op deze manier meer winkel-/bedrijfsleegstand, een ongewenste ontwikkeling.

In het huidige bestemmingsplan Buitengebied van de gemeente Nunspeet is een aantal specifieke regels hierover opgenomen. Zo mag de bedrijfsactiviteit alleen door de bewoner van het perceel worden uitgeoefend en is er een maximum van de bedrijfsoppervlakte gedefinieerd.

De gemeente Nunspeet heeft echter naast het bestemmingsplan Buitengebied nog een reeks van bestemmingsplannen. In deze bestemmingsplannen zijn de bepalingen over bedrijfsuitvoering vanuit de eigen woning, zoals in het bestemmingsplan Buitengebied is opgenomen, niet opgenomen.

De fractie van het CDA verbaast zich daarover, want de hier bedoelde bedrijfsactiviteiten beperken zich niet tot alleen het buitengebied, maar komen zeker ook in de andere bestemde gebieden voor. Alleen al vanuit het oogmerk ‘gelijke monniken, gelijke kappen’ is dat een vreemde zaak.

De CDA-fractie heeft over dit onderwerp aan het college van B&W vragen gesteld waarom het in het ene gebied wel wordt toegestaan en in het andere gebied niet. En op welke manier denkt het college deze ongelijkheid op te gaan heffen.